Onveilig Gehecht

Basistraining ‘MISSIE’, Methodisch werken met mensen met een verstandelijk beperking en een onveilige gehechtheid.

MISSIE is een methodiek, om vanuit inzicht te signaleren en sensitief een interventie te plaatsen die aansluit bij de cliënt en positief effect heeft.

Cliënten met een onveilige gehechtheid zorgen met grote regelmaat voor problematische situaties door middel van hun gedrag. Begeleiders merken dat de wijze waar op ze reageren niet het gewenste effect heeft. Het gedrag van de cliënt heeft weerslag op het zelfvertrouwen van de begeleider. Dit kan zorgen voor onzekerheid bij begeleider en cliënt. Samen met de cliënt komt men in een negatieve spiraal. De kans is groot dat er een situatie ontstaat waarbij de cliënt de begeleiders tot grote wanhoop brengt. De problemen kunnen uiteindelijk zo groot zijn dat een crisissituatie dreigt.

Anne is 32 jaar oud en licht verstandelijk beperkt. Vanaf haar 16e jaar woont Anne in instellingen, en inmiddels heeft ze op 18 verschillende plekken gewoond, zowel binnen de psychiatrie als de gehandicaptenzorg. Telkens lijkt ze helemaal op haar plek, maar na een paar maanden escaleert de situatie waarna een nieuwe crisisopname volgt. Haar curator verwondert zich over het grote scala gedragingen wat Anne laat zien: “Het lijkt wel alsof ze overal weer nieuwe dingen leert. Automutilatie, seksueel wervend gedrag, agressief gedrag, alles wat grensoverschrijdend is laat ze zien. Het wordt steeds moeilijker om een woonplek te vinden voor haar”.

Binnen haar huidige woonplek woont ze een jaar. Haar persoonlijk begeleider vertelt:

“Eerst leek het heel goed te gaan met Anne. Ze maakte makkelijk contact en was lief en zorgzaam. Na een half jaar kwamen er veranderingen in haar gedrag, dit begon heel klein maar nu stookt ze echt iedereen tegen elkaar op. Ze kan heel agressief zijn, maar heeft ook een soort stille agressie in zich. Tegen collega’s die haar nog proberen te begrenzen, kan ze bijvoorbeeld weken niets zeggen. Ze maakt ook schietbewegingen naar ze en kan heel dreigend naar ze kijken. Dit pestgedrag heeft een grote invloed op mijn collega’s, ze hebben het gevoel dat ze het nooit goed kunnen doen en zelfs ervaren, stabiele collega’s zie ik wankel worden in hun zelfvertrouwen.

Er zijn ook een aantal begeleiders waar ze veel toegankelijker is in het contact en waarvan ze begrenzingen (heel soms) wel oppakt. Maar het kan ook maar zo zijn dat dit contact na een woordenwisseling weer nihil is. Mijn collega’s hebben telkens het gevoel dat ze op hun tenen moeten lopen om het contact goed te houden. Als er iets gebeurt wat Anne niet zint hebben ze afgedaan voor haar, en kunnen ze weer opnieuw beginnen.

Vorige week sprak een begeleider haar aan op haar gedrag waarna ze hete thee naar hem gooide. Hij is met brandwonden opgenomen in het ziekenhuis. Voor een aantal begeleiders is de maat nu vol. Ze willen dat ze overgeplaatst word. Maar ik vraag me af of dit wel de juiste weg is. Dan wordt ze wéér afgewezen. Ik zie echt wel in dat het zo niet gaat, maar ik wil haar graag blijven begeleiden. Maar hoe?”

Doel
Inhoud

Begeleiders krijgen handvatten om de negatieve spiraal te doorbreken en leren hoe zij grip op zichzelf en de cliënt krijgen. Deze handvatten worden aangereikt door middel van het geven van inzicht in (on)veilige gehechtheid bij mensen met een verstandelijke beperking én door te werken met MISSIE.

MISSIE richt zich op de begeleiders van mensen met een verstandelijke beperking en een onveilige gehechtheid, maar ook gedragskundigen kunnen de training volgen.

  • (M) Methodiek:Een vaste, weldoordachte manier van handelen.
  • (I) Inzicht: De medewerker krijgt inzicht in gedrag van de cliënt door kennis van gehechtheid bij verstandelijk beperkte mensen. De medewerker heeft meer inzicht gekregen in wat de invloed is van zijn eigen gedrag op de cliënt.
  • (S) Signaleren: Door dit inzicht is de medewerker in staat gedrag van de cliënt te signaleren en te zien in de context van de onveilige gehechtheid.
  • (S) Sensitief: De medewerker kan op basis van deze signalen aanvoelen wat de cliënt nodig heeft.
  • (I) Interventie: De medewerker kan vanuit inzicht, signaleren van het gedrag en met de nodige sensitiviteit handelen op een wijze die aansluit bij de cliënt.
  • (E) Effect: Met behulp van bovenstaande punten heeft de medewerker grip op zichzelf en de cliënt gekregen. Basisvertrouwen kan vanaf dit punt ontstaan en probleemgedrag neemt af.

Interesse in deze training?

Bent u geïnteresseerd in deze training? Heeft u vragen? Of wenst u een vrijblijvende offerte?