Recht op een slechte dag

Geschreven door onze trainingsacteur @ Annemiek Timmerman

Tijdens een training in de ouderenzorg kwam de volgende casus ter tafel:

Een relatief jonge vrouw met depressieve klachten heeft 1x per week een slechte dag. Structureel ingepland. Van tevoren weet ze al dat dit op donderdag is.

‘Neee, morgen ga ik niet naar buiten, dan heb ik m’n slechte dag’.

Op slechte dagen geeft mevrouw aan veel last te hebben van hoofdpijn en andere klachten. Ze kreunt en klaagt dan veel.

Aan mij de taak om me in te leven in het gedrag. Het in mezelf te zoeken, om vervolgens van daaruit het contact met de begeleiders/ deelnemers in de training aan te gaan.

Er kwam al gauw een dynamiek van positief versus negatief tot stand:

-‘Gaat u gezellig mee naar de muziekles mevrouw?’

‘Oh nee, dat gaat echt niet, ik heb een slechte dag en heel veel hoofdpijn’

-‘Maar u houdt zo van muziek, misschien knapt u er zelfs van op’

‘Au… zucht..nee, echt niet, morgen weer’

Al klagend voelde ik de behoefte groeien om me slecht te MOGEN voelen. De positieve toon en allerbeste bedoelingen van de begeleiders ervaarde ik als een hoge lat, daar kon ik niet aan voldoen.

Leuk en gezellig liggen zo ver bij me vandaan, ik kan niet overzien hoe ik daar zou moeten komen. Gun mij nou gewoon mijn slechte dag, dan ervaar ik meer grip.

Gun ik jullie morgen weer een goede..

Nov 2025

Placeholder