Een lastige ouder is vaak een gealarmeerde ouder

Samenwerken binnen de driehoek van cliënt, ouders en professionals lijkt op papier vaak eenvoudig. Iedereen wil tenslotte hetzelfde: goede zorg en ondersteuning voor de cliënt.

Toch weet iedereen die in de zorg werkt dat de praktijk vaak veel ingewikkelder is. Er ontstaat spanning. Misverstanden. Irritaties. Soms zelfs wantrouwen.

Teams worstelen regelmatig met vragen als:
Hoe ga je om met ouders die voortdurend kritiek hebben? Met ouders die hoge eisen stellen?
Die boos worden, veel bellen of bij wie het nooit goed genoeg lijkt te zijn?

En eerlijk is eerlijk: dat kan enorm frustrerend zijn.

Zeker wanneer professionals hard werken, betrokken zijn en continu proberen de juiste zorg te bieden. Dan kan het voelen alsof je steeds ter verantwoording wordt geroepen of alsof wat je doet nooit voldoende is.

Vaak gaat het gesprek dan over grenzen stellen.
En soms is dat ook absoluut nodig.

Maar minstens zo belangrijk is een andere vraag:
Hoe is deze dynamiek eigenlijk ontstaan?

Van Chiel Egberts leerde ik ooit een zin die mij altijd is bijgebleven:
“Een lastige ouder is een gealarmeerde ouder.”

Die uitspraak verandert direct het perspectief.

Want achter controlerend, eisend of boos gedrag zit vaak iets anders verborgen. Angst bijvoorbeeld. Verdriet. Machteloosheid. Of de voortdurende zorg om een kind dat kwetsbaar is.

Ouders kennen hun kind vaak al een leven lang in situaties waarin het misging, onveilig voelde of niet begrepen werd. Vanuit die ervaringen kunnen zij extra alert reageren op signalen waarvan professionals misschien denken: het valt toch mee?

Wanneer we alleen reageren op het zichtbare gedrag, ontstaat er al snel een strijd.
Dan proberen ouders gehoord te worden door harder te praten.
En professionals proberen rust te bewaren door grenzen te stellen.

Maar echte samenwerking ontstaat pas wanneer er weer ruimte komt voor nieuwsgierigheid.

Wat maakt dat deze ouder zo reageert?
Welke angst of zorg zit hieronder?
Waar zijn zij bang voor kwijt te raken?
En voelen zij zich eigenlijk wel gehoord?

Dat betekent niet dat je alles hoeft toe te staan of overal in mee moet gaan. Grenzen blijven belangrijk. Maar grenzen werken vaak pas echt goed wanneer iemand zich eerst gezien voelt in de onderliggende zorg.

Op het moment dat je weer samen kunt kijken naar wat iedereen probeert te beschermen, verandert de dynamiek.

Dan sta je niet langer tegenover elkaar.

Maar opnieuw naast elkaar, rondom de cliënt.

En precies daar begint samenwerken in de driehoek.

Mei 2024

Placeholder