- Wat bedoelen we eigenlijk met moeilijk verstaanbaar gedrag?
- Welke vormen van agressief en ontregelend gedrag zie je het vaakst?
- Waarom tonen mensen met dementie vaak zo verwarrend gedrag?
- Welke gedragsuitingen komen veel voor bij mensen met een licht verstandelijke beperking?
- Hoe kun je beter omgaan met deze uitdagende gedragssituaties?
Moeilijk verstaanbaar gedrag in de zorg omvat verschillende gedragsuitingen zoals agressie, dwaalgedrag, verzet tegen zorg en impulsief handelen. Deze gedragingen komen vooral voor bij mensen met dementie, licht verstandelijke beperkingen of in stressvolle zorgsituaties. Het gedrag heeft altijd een onderliggende betekenis en vraagt om begrip van de context waarin het ontstaat.
Wat bedoelen we eigenlijk met moeilijk verstaanbaar gedrag? #
Moeilijk verstaanbaar gedrag is gedrag dat op het eerste gezicht lastig of storend lijkt, maar eigenlijk een uiting is van onderliggende behoeften of gevoelens. Het verschil tussen ‘moeilijk’ en ‘onbegrepen’ gedrag zit hem in onze benadering: wat we als moeilijk ervaren, is vaak gewoon nog niet begrepen. Als zorgprofessional kom je dit dagelijks tegen. Iemand die schreeuwt, wegloopt of agressief reageert doet dat niet zomaar. Er zit altijd een reden achter, ook al zie je die niet meteen. Het kan zijn dat iemand pijn heeft, zich onveilig voelt, niet begrijpt wat er gebeurt of gewoon behoefte heeft aan aandacht. De context speelt hierbij een belangrijke rol. Hetzelfde gedrag kan in verschillende situaties compleet andere betekenissen hebben. Iemand die ’s ochtends rustig is maar ’s avonds onrustig wordt, reageert misschien op de drukte van de dag of heeft last van het zogenaamde ‘zonsyndrome’ bij dementie.
Welke vormen van agressief en ontregelend gedrag zie je het vaakst? #
De meest voorkomende vormen zijn verbale agressie zoals schelden, schreeuwen en bedreigen, fysieke agressie zoals slaan, schoppen en bijten, zelfbeschadigend gedrag, weglopen, gooien met voorwerpen en algemeen ontregelend gedrag zoals constant roepen of niet meewerken met zorg. Verbale agressie is vaak het eerste wat je ziet. Cliënten kunnen gaan schelden, schreeuwen of bedreigingen uiten. Dit kan soms doorgroeien naar fysiek gedrag zoals slaan, duwen of gooien met spullen. Zelfbeschadigend gedrag, zoals tegen de muur slaan of aan jezelf krabben, komt ook regelmatig voor.
Belangrijk om te weten is dat er verschillende soorten agressie bestaan. Affectieve agressie ontstaat als reactie op bedreiging of frustratie, waarbij iemand geen controle heeft over zijn lichaam en reageert vanuit een vecht-, vlucht- of verstarreactie. Doelgerichte agressie daarentegen is meer gecontroleerd en wordt bewust ingezet om iets te bereiken. Weglopen of ‘verdwalen’ zie je vooral bij mensen met dementie, maar ook bij stress of angst. Het is vaak een poging om ergens naartoe te gaan dat veilig voelt, ook al weten wij niet waar dat is.
Waarom tonen mensen met dementie vaak zo verwarrend gedrag? #
Bij dementie ontstaat verwarrend gedrag doordat de hersenen steeds minder goed functioneren. Dwaalgedrag, onrust, verzet tegen zorg en herhaaldelijk roepen zijn directe gevolgen van de cognitieve achteruitgang die het begrijpen van situaties bemoeilijkt. Dwaalgedrag is misschien wel het meest bekende voorbeeld. Iemand loopt doelloos rond of wil steeds naar buiten. Dit komt doordat het gevoel voor tijd, plaats en situatie verdwijnt. Ze zoeken vaak naar iets vertrouwds uit het verleden zoals hun ouderlijk huis, hun werk of hun kinderen.
Verzet tegen zorg zie je vaak tijdens intieme momenten zoals wassen of aankleden. Voor iemand met dementie kan dit heel bedreigend voelen. Ze begrijpen niet meer wie je bent of waarom je bij hen komt, dus hun natuurlijke reactie is zich te verweren. Herhaaldelijk roepen of dezelfde vraag steeds opnieuw stellen komt doordat het kortetermijngeheugen niet meer werkt. Ze vergeten dat ze net iets gevraagd hebben of dat je net antwoord hebt gegeven. Het kan ook een manier zijn om contact te zoeken omdat ze zich eenzaam of angstig voelen. Onrust, vooral aan het eind van de dag, ontstaat doordat de hersenen moeite hebben met het verwerken van alle prikkels van de dag. Het wordt dan letterlijk te veel, wat resulteert in agitatie.
Welke gedragsuitingen komen veel voor bij mensen met een licht verstandelijke beperking? #
Mensen met een licht verstandelijke beperking laten vaak rigiditeit zien door het vasthouden aan routines, sociale onhandigheid, impulsiviteit en moeite met veranderingen. Deze gedragingen ontstaan doordat ze de wereld anders ervaren en andere strategieën nodig hebben om zich aan te passen. Rigiditeit uit zich in het vasthouden aan vaste patronen. Veranderingen in het dagprogramma, andere begeleiders of zelfs andere kleding kunnen al voor grote stress zorgen. Dit komt omdat structuur en voorspelbaarheid veiligheid geven in een wereld die vaak te complex aanvoelt.
Sociale onhandigheid zie je terug in moeite met het lezen van sociale signalen. Ze begrijpen bijvoorbeeld niet altijd wanneer iemand geen zin heeft in een gesprek, of ze staan te dichtbij tijdens een gesprek. Dit kan leiden tot conflicten of afwijzing door anderen. Impulsiviteit komt voor omdat het plannen en overzien van gevolgen lastiger is. Ze reageren direct op wat ze voelen of willen, zonder na te denken over de effecten. Dit kan zich uiten in plotseling weglopen, dingen pakken die niet van hen zijn, of heftig reageren op frustratie. Moeite met veranderingen hangt samen met de behoefte aan overzicht en controle. Nieuwe situaties vragen om snelle aanpassing en het maken van keuzes, wat vaak te veel gevraagd is. Dit resulteert dan in stress, terugtrekken of juist uitbundig gedrag.
Hoe kun je beter omgaan met deze uitdagende gedragssituaties? #
De sleutel ligt in het begrijpen van onderliggende behoeften achter het gedrag. Gebruik een systemische benadering waarbij je kijkt naar de persoon, de situatie en de omgeving. Focus op verbinding maken en jezelf als veilige persoon presenteren in plaats van het gedrag te bestrijden. Begin altijd met jezelf. Ken je eigen stress-signalen en triggers. Hoe reageer jij als je gespannen bent? Deze zelfkennis helpt je om rustiger te blijven in moeilijke situaties en voorkomt dat je eigen spanning de situatie verergert.
Kijk naar wat er achter het gedrag zit. Heeft iemand pijn, angst, verveling of behoefte aan aandacht? Probeer de boodschap achter het gedrag te ontcijferen in plaats van alleen op het gedrag zelf te reageren. Een systematische aanpak helpt hierbij: observeer wanneer het gedrag optreedt, wat eraan voorafging en wat de gevolgen zijn. Werk samen met de cliënt in plaats van tegen hem in. Ga mee met zijn energie in plaats van ertegen te vechten. Als iemand wil weglopen, loop dan een stukje mee en probeer onderweg het gesprek aan te gaan. Dit voorkomt verdere problemen en houdt de verbinding intact. Creëer voorspelbaarheid en structuur waar mogelijk. Veel moeilijk verstaanbaar gedrag ontstaat uit onzekerheid of chaos. Duidelijke routines, uitleg van wat er gaat gebeuren en een rustige omgeving kunnen al veel verschil maken.
Voor wie dieper wil gaan in deze materie zijn er gespecialiseerde trainingen beschikbaar, zoals de training over omgaan met cliënten met een licht verstandelijke beperking van Facettrainingen. Deze helpen je om meer inzicht te krijgen in de achtergronden van gedrag en concrete handvatten te ontwikkelen. Wil je meer weten over de mogelijkheden? Neem dan contact met Facettrainingen op.